Gids voor bezoekers

Maison Hannon

David Plas Photography

Inkomhal

Geluidsbestand

Welkom in het huis van Marie en Édouard Hannon. Je ziet hier hun portretten. Het werd lange tijd aangeduid als ‘hôtel particulier’, maar het is eigenlijk een ‘maison de maître’ (herenhuis). Het werd tussen 1902 en 1904 gebouwd door architect Jules Brunfaut. Brunfaut benut de beschikbare ruimte van Brusselse huizen op een bijzondere manier. Hij bouwt het functionele trappenhuis in het donkerste deel van het gebouw en bouwt daar de leefruimtes rond, zodat die baden in het daglicht dat door de openingen in de gevel naar binnen komt. De formele ruimtes, zoals de salons en de serre, liggen dus aan de kant van de Brugmannlaan,  terwijl de eetkamer op de benedenverdieping of de slaapkamer van het koppel aan de tuinkant liggen.

David Plas Photography

De grote trappenhal

Geluidsbestand

Deze grote hal baadt in gouden, kleurrijk licht en is gesierd met een monumentaal fresco, een werk van de Franse schilder Paul Baudouin. Het fresco is gemaakt volgens een oude techniek. Voor de schilder is dit een manier om die weer onder de aandacht te brengen en te overtreffen, voor Édouard Hannon een manier om zijn liefde voor de oudheid te tonen. Het werk strekt zich uit als een wandtapijt en geeft de bezoeker het gevoel aan de rand van een bos te staan en zelfs te worden uitgenodigd in het decor. In deze allegorie voor de complete liefde zijn meneer en mevrouw Hannon uitgebeeld als herders die kijken naar een vrouw die rozenblaadjes rondstrooit, als symbool voor de geneugtes van het leven. De ondergaande nazomerzon wordt gesuggereerd met de oranjegele weerspiegeling in de golven van de blauwe zee. De zes vrouwen die wervelen in de lucht, een lier in de hand, symboliseren de harmonie van de natuur, een harmonie die in het hele huis is terug te vinden.

David Plas Photography

Serre

Geluidsbestand

Dit is zonder enige twijfel de meest levendige ruimte van het huis. Ze is verhoogd en stulpt uit aan de buitenkant. Ze laat het daglicht waarin de grote trappenhal baadt binnen. Dit licht voedt de planten die er staan en komt ook terug in de metalen, oorspronkelijk vergulde elementen en de glas-in-loodramen. Alle glas-in-loodramen van het huis zijn van de hand van de Franse meester-glasmaker Raphaël Evaldre. Hij is een aanhanger van Louis Comfort Tiffany en maakt het Amerikaanse glas populair in België. Het is een echte serre, in de technische betekenis van het woord. De structuur is van metaal, de muren zijn opengewerkt met glas of glas-in-loodramen, en dankzij een leistenen bak en ingebouwde radiatoren groeien er exotische en kostbare planten die uit Japan werden geïmporteerd.

Nieuwsgierige bezoekers zullen op het plafond en bovenaan de muren de muurschilderingen opmerken die in 2024 werden blootgelegd. Deze vormen de basis voor de reconstructie van de volledige muurdecoratie, die in de komende maanden gepland staat.

Dorian Lhose

Het grote salon

Geluidsbestand

De twee kamers die je hier ontdekt, getuigen van een Franse levensstijl. In het grote salon op de hoek van het gebouw werden gasten ontvangen. Het kleine salon was voorbehouden aan de familie. Die indeling komt uit Frankrijk, het land van herkomst van Marie Debard, de vrouw des huizes. In België is het de gewoonte dat enkel het grote salon op de benedenverdieping ligt. Het tweede salon ligt doorgaans op de eerste verdieping, in het verlengde van de ouderlijke slaapkamer. Je vindt die indeling terug in het Hortamuseum, hier dichtbij in de Amerikaansestraat. Deze formele kamer geeft breed uit op de buitenwereld. Het was de bedoeling om de prestigieuze Brugmannlaan te zien … maar ook om gezien te worden! Gasten bewonderden er achter een afgeschuind raam de verzameling planten van de serre, en aan de kant van het familiesalon de collectie kostbare glazen gemaakt door de Franse Émile Gallé, meester van de art nouveau.

De fresco’s zijn – net als die van het trappenhuis – het werk van schilder Paul Baudouin. De rode, zogenaamd Pompejaanse achtergrond en de Romeinse kleding roepen de oudheid weer op. Deze decors verwijzen naar de vervoering van de zintuigen tijdens de fruitoogst aan het eind van de zomer. Op de linkermuur worden de bloeiende appelbomen gevolgd door de fruitoogst en het persen van de cider. Het plafond antwoordt op deze bloemenwereld. Op de rechtermuur vertoeft een luitspeelster bij een vrouw in een oranje tuniek, die in de rechterhand een glas bier en in de linkerhand een kruik vasthoudt. De andere, in het groen geklede vrouw ligt te soezen onder een hopplant. De bollen, die aan het eind van de zomer worden geoogst, worden gebruikt om bier mee te brouwen maar werken ook tegen verdriet.

David Plas Photography

Het privésalon

Geluidsbestand

Zoals je kunt zien, hangen er geen kaders aan de muren. De omgeving is bijna monochroom. In Frankrijk heet zo’n ruimte een ‘damessalon’. Het moet alle aandacht op de kleding van de dames vestigen. In werkelijkheid zet het eenvoudige decor vooral de kostbare objecten in de kijker, zoals het meest opmerkelijke glaswerk en het schrijnwerk van de Lotharinger Émile Gallé die het koppel verzamelde. Het gaat om de reeks meubels ‘aux Ombelles’, de populairste modellen van de établissements Gallé. Ze zijn gesierd met schermbloemen. De firma Gallé brengt met dit model de Franse en Japanse stijlen samen. Het model past perfect in de sfeer van het huis. Op de zuil rechts tilt een verguld beeld een sluier op. Dit werk uit 1899 van de Fransman Louis- Ernest Barrias heet La Nature se dévoilant à la science. Dat betekent: de natuur die zich aan de wetenschap onthult. Het vat de hele wereld van het echtpaar Hannon samen.

In het midden van de kamer staat een boekenrek, met ook weer een opvallend Aziatisch silhouet. Er staan verzen van Émile Verhaeren in gegraveerd. Ze komen uit de bundel ‘Heures claires’:

L’instant est si beau de lumière,
Dans le jardin, autour de nous ;
L’instant est si rare de lumière première,
Dans notre cœur, au fond de nous.

Tout nous prêche de n’attendre plus rien
De ce qui vient ou passe,
Avec des chansons lasses
Et des bras las par les chemins.

Et de rester les doux qui bénissons le jour.

Steek nu de hal over, waar de eetkamer zich bevindt.

Sectie I — Rijmen van vreugde

In de 19e eeuw verandert de industrialisering de steden, de individuen en de geesten. De wetenschap viert hoogtij, ordent de wereld en tracht haar fundamentele wetten te ontrafelen. Deze wetenschappelijke en sociale ontwikkelingen dragen een ideaal van vooruitgang in zich, maar bieden geen antwoord op het verlies van betekenis dat de moderniteit oproept. Achter het positivisme van die periode nestelt zich een gevoel van onbehagen: oorlogen, opstanden, economische en sociale crisissen voeden een gevoel van ontgoocheling en verval. 
In deze context geeft de familie Hannon blijk van een persoonlijke, intellectuele, artistieke en existentiële reactie. 
Édouard, bestuurder bij Solvay, is tevens fotograaf: zijn blik legt de gezichten van een wereld in verandering vast, balancerend tussen rauwe werkelijkheid en de zoektocht naar schoonheid. 

 

Zijn familie en vriendenkring zijn een vruchtbare intellectuele voedingsbodem voor hem. Het salon van zijn zus Mariette, biologe, is een progressieve ontmoetingsplek, nauw verbonden met de Université libre de Bruxelles, waar kunstenaars, wetenschappers en denkers elkaar treffen. Ook zijn broer Théo, schilder en dichter, maakt deel uit van deze bruisende kring. Deze netwerken voeden een wereldvisie waarin kunst niet langer beperkt blijft tot het esthetische, maar ook een vorm van engagement wordt. 

In die context laten Édouard en Marie een huis bouwen dat meer is dan een woonst: het is een zelfportret van het koppel, een spiegel van hun waarden. Het Maison Hannon is als een afzonderlijke wereld waar het gesamtkunstwerk een middel wordt dat het zichtbare met het onzichtbare verbindt, het stricte wetenschappelijke met het poëtische intuïtive. Meubilair, glaswerk, schilderijen en architectuur gaan er met elkaar in dialoog en scheppen zo een coherent universum, tegelijk toevluchtsoord en getuigenis. 

De kunstwerken in deze zaal dompelen u onder in dat universum. Ze weerspiegelen een tijd waarin kunst een taal werd om de werkelijkheid te bevragen, haar grenzen te verkennen en nieuwe wegen te openen naar andere vormen van kennis. 

Grégory De Leeuw

De trap

Geluidsbestand

Als je de trap oploopt, kom je op de elfde trede een overloop tegen, een pauze in de klim naar boven. Hij is er om meer stabiliteit te bieden … maar ook omdat het koppel er graag poëzie voordroeg. Gedichten van Verhaeren, of liederen uit de Ilias van Homerus … Dit is duidelijk de woning van een koppel estheten! 

U kunt de tentoonstelling verder te ontdekken op de eerste verdieping: in de badkamer, aan uw rechterzijde, maakt u kennis met verschillende blikken op de wereld.

Sectie II — De storm

Vooruitgang, ooit een bron van hoop, laat ook haar tegenstrijdigheden zien: machines draaien, steden breiden zich uit, maar zingeving glipt weg. De werkelijkheid, die lawaaierig en haastig is, wordt raadselachtig. Er ontstaat verbijstering, een gevoel van innerlijke duizeling tegenover het falen van de aangekondigde beloften. 

Kunst, net als poëzie, wordt dan een toevluchtsoord. Ze probeert niet langer te benoemen, maar om gevoelens te vangen: ze suggereert, stelt vragen, maakt barsten in wat we denken te zien. Ze wordt een middel en een doorgang tussen wereld en geest. 

Kunstenaars kiezen daarbij verschillende wegen. Sommigen trachten de brutaliteit van het dagelijks leven weer te geven met helderheid en een verlangen naar rechtvaardigheid: dat is het realisme. Anderen onderzoeken met aandacht en empathie de wetten van het leven: dat is het naturalisme. Weer anderen zoeken het spirituele, een getransformeerde blik op de werkelijkheid: dat is het symbolisme. 

Bij de symbolisten krijgen symbool en allegorie een nieuwe betekenis: ze vormen de sluier tussen het zichtbare en het mysterieuze, tussen de wereld en het ik.  

Deze drie stromingen sluiten elkaar niet uit, maar raken elkaar, beïnvloeden elkaar en vloeien soms samen. Zo kan realisme mystiek worden, zoals bij Léon Frédéric; kan naturalisme spelen met allegorie, zoals bij Constantin Meunier; en kan symbolisme wortelen in het concrete, zoals bij Émile Fabry. 

Wat deze moderne kunstenaars bindt, is hun betrokkenheid: hun werk is een middel om de decadentie, het gevoel van verval en het verlies van waarden te bestrijden. 

In kringen en salons, zoals L’Essor of Les XX, komen kunstenaars samen om hun ideeën te delen en af te toetsen. Soms kiezen ze radicalere paden, zoals de Orde van de Rozenkruisers. 

Kunst wil niet langer neutraal zijn, maar een daad en een antwoord op de crisis. 

Sectie III — De menselijke passies

Na hun verkenning van de buitenwereld richten kunstenaars zich op het verleden, in het bijzonder naar de Middeleeuwen, op zoek naar zingeving en inspiratie. De figuur van Dante Alighieri wordt een gids die de mens begeleidt doorheen zijn innerlijke veranderingen. 

Kunstenaars duiken in de verborgen lagen van het mens-zijn en stellen vragen aan hun diepste zelf. Kunst wordt de spiegel van menselijke passies, van de breuken in de ziel, van de intieme duizelingen. Ze verkent spanningen, angsten en verdeeldheden die in ons leven en loopt zo vooruit op wat later de Freudiaanse ideeën zullen worden. 

De passies (liefde, woede, eenzaamheid, twijfel, wrok) worden beleefd als inwijdingsproeven. Het kunstwerk wordt een plek waar men met zichzelf in gesprek gaat. Het laat de stilte spreken en geeft een bijna spiritueel beeld van onze wonden. 

Telkens wordt de toeschouwer uitgenodigd zich te herkennen in figuren zoals de sfinx, de femme fatale of de verdoemden, die zijn gemoedstoestanden belichamen en zijn innerlijke strijd weerspiegelen. In plaats van een vaststaand moreel oordeel te vellen, laat de kunst zien dat het duister soms ook licht kan bevatten, en dat zelfs het kwaad iets goeds kan onthullen. 

Door deze beelden onder ogen te zien, kan de toeschouwer dichter komen bij onthechting en zelfkennis. Kunst wordt zo een doorgang naar een helderdere, vrijere en meer naar binnen gerichte blik. 

Sectie IV — De School van Plato

Voor sommige kunstenaars is reageren op de crisis niet langer genoeg: zij willen de kunsten grondig hervormen. In salons en kunstenaarskringen ontstaat het idee van een symbolistische ‘school’ waar men de beweging structuur geeft. Bepaalde genres zoals landschaps- of portretkunst worden aan de kant geschoven. Kunst moet een weg worden naar zelfkennis. De kunstenaar wordt een magiër en het kunstwerk een initiatie-instrument. 

In Brussel waaien invloeden over uit Parijs, zoals die van de Rozenkruisers met ‘Papus’ en Joséphin Péladan, die hun sporen nalaten in de intellectuele milieus. De salons Kumris en Pour l’Art zijn plekken waar ideeën worden uitgewisseld. Maar ook hier zijn er spanningen: is de mens zelf verantwoordelijk voor zijn val, of is hij ten val gebracht door een hogere macht? En is kennis alleen genoeg om zichzelf te hervinden? Is het mogelijk te streven naar innerlijke perfectie? 

Het oude Griekenland en de Italiaanse Renaissance worden gezien als gouden tijden waarin schoonheid, vakmanschap en zingeving één waren. Onder invloed van occulte kringen herontdekken de symbolisten tradities zoals de kabbala, gnose en theosofie. Motieven zoals het androgyne, de heilige meetkunde en kosmische muziek worden gezien als sleutels om de wereld te begrijpen en een verloren harmonie te herstellen. 

Richard Wagners streven naar een gesamtkunstwerk inspireert velen, maar zijn mystiek-christelijke oriëntatie verdeelt hen. Jean Delville omarmt die visie grotendeels, terwijl Fernand Khnopff afstandelijker blijft. 

In deze zaal nodigen de tentoongestelde werken ons uit om kunst anders te zien: als een intieme en krachtige taal die een onzichtbare maar wezenlijke waarheid kan onthullen. Het is een instrument om zichzelf dieper te leren kennen. 

Sectie V — Voor de sterren

De kunstwerken in deze zaal stralen een herwonnen eenheid, orde en rust uit. Ze vragen even stil te staan en na te denken over de sterren en de mysteries van de wereld. Wanneer de fysieke wereld is doorkruist en de hartstochten zijn overstegen via zelfreflectie, hervindt de nieuwe mens zijn plek in het heelal en ontwikkelt zich het streven naar universaliteit. 

Kunst hoeft hier niets meer na te bootsen of te veranderen. Ze wordt adem, ritme en stilte. Elk zichtbaar detail weerspiegelt iets onzichtbaars, zoals een kosmische muziek waarin alles met elkaar in harmonie is. Het kunstwerk volgt het ritme van de tijd en de sterren, en weerkaatst hun stille melodie. Net als wij maakt het deel uit van die stille muziek die alles met elkaar verbindt. 

Symbolisme vraagt om aandacht en openheid voor wat groter is dan wijzelf. Het wil een brug zijn naar het onzichtbare, waar het licht de mens naar zichzelf leidt. 

Zo neemt dit parcours, van materie naar geest, ons mee langs vragen die vandaag nog altijd actueel zijn. Het trekt de beloften van de vooruitgang in twijfel, onderzoekt de impact van economische omwentelingen, zet ons aan om andere wegen te overwegen dan die van de rede. Verre van de moderniteit af te wijzen, onthullen deze kunstwerken juist de spanningen, de aspiraties en de tekortkomingen ervan. 

Maison Hannon — Thomas Lancz

Paul-Albert Baudoüin

De Fransman Paul-Albert Baudoüin, schilder en theoreticus, had een idealistische visie op de kunst, waarbij fresco op het kruispunt ligt van architectuur, schilderkunst en symboliek. In de fresco’s van het Maison Hannon versmelt deze kunstvorm met het interieur en ontstaat een dromerige sfeer: het echtpaar Hannon staat er afgebeeld, omringd door muzikale allegorieën die harmonie verbeelden. Dit decor illustreert de ambitie van een gesamtkunstwerk. 

Baudoüin put zijn inspiratie uit de Oudheid, die hij beschouwt als een voorbeeld van schoonheid en morele helderheid. In zijn verhandeling uit 1914, La Fresque, sa technique et ses applications, prijst hij de precieze en onomkeerbare discipline van het werk in natte kalk, en brengt hij hulde aan Giotto die in de 14e eeuw in Italië de fresco-kunst vernieuwde. Voor Baudoüin draagt deze veeleisende kunstvorm grote idealen en symbolische verhalen in zich mee. 

Als hoogleraar aan de École des Beaux-Arts in Parijs draagt hij deze visie in openbare scholen over aan zijn studenten, die hij inwijdt in de kunst van muurschilderingen. Deze collectieve, vaak tijdelijke projecten zetten de geest van de Renaissance en het symbolisme voort, en verankeren deze kunstvorm in het dagelijkse leven en in gemeenschappelijke ruimtes. Baudoüin verheft het fresco tot het niveau van een getuigenis waarin de allegorie taal wordt en de muur een drager van herinnering.