Joseph Middeleer: Een Demonische
Een Demonische, geschilderd in 1893, behoort tot de belangrijkste werken van het Belgische symbolisme, waarin Middeleer de ambiguïteit van de vrouwelijke figuur onderzoekt. In een veld van rode anthuriums pauzeert een in het zwart geklede vrouw haar lectuur en kijkt op, haar gezicht zachtjes verlicht. Alles oogt vredig, bijna onschuldig, maar de titel voegt een diepere betekenislaag toe: niets in de scène verklaart het gevoel van onbehagen dat zij oproept. Het beperkte kleurenpalet (zwart, rood en enkele lichtaccenten) suggereert een innerlijk drama, een vorm van spirituele alchemie die zich van duisternis naar openbaring beweegt. De “demonische” figuur is hier geen kwaadaardig wezen, maar een liminale aanwezigheid, gesitueerd tussen verleiding, ontwaken en transfiguratie.
Deze ambivalentie sluit rechtstreeks aan bij de wereld van De bloemen van het kwaad, die Middeleer hier bijna letterlijk lijkt te interpreteren. Voor Baudelaire is de vrouw zowel een muze als een bedreiging, ideaal en fataal, een bron van verheffing én verval. In zijn gedicht De Vampier grijpt en verbruikt de vrouwelijke figuur; in Contemplatie opent zij voor de dichter een innerlijke ruimte waar tederheid en ongerustheid samenkomen. Middeleer vertaalt deze dualiteit in beeld: de jonge vrouw is niet angstaanjagend, maar ze verontrust ons op een stille manier, alsof zij de verleidelijke schaduwzijde van ich belichaamt. Ze is de enigma van het onbehagen, een “bloem van het kwaad” die onthult wat de toeschouwer in zich draagt.
Joseph Middeleer (1865–1939), Een Demonische (1893), 89 × 100 cm, olieverf op doek, privécollectie, Brugge.
Werk te zien in onze tentoonstelling Echoes of Dreams tot 19 april 2026.