Fernand Khnopff: Naar Flaubert. De verzoeking van de heilige Antonius
In 1883 vestigt Fernand Khnopff zich als een van de belangrijkste figuren van het opkomende symbolisme met Naar Flaubert. De verzoeking van de heilige Antonius. Het werk werd getoond op het eerste Salon des XX, naast De verzoeking van de heilige Antonius van Félicien Rops, en markeert meteen een opvallend verschil. Waar Rops kiest voor een lichamelijke, provocerende verbeelding van de verleiding, brengt Khnopff een ingetogen, innerlijke visie die volledig gericht is op het ideale.
Hoewel geïnspireerd door de tekst van Flaubert, illustreert Khnopff het verhaal niet letterlijk. Hij haalt er een psychische spanning uit en maakt die voelbaar. Zelfs de titel benadrukt afstand: het gaat om een echo, een persoonlijke reflectie. De compositie draait rond twee statige figuren, Sint-Antonius en de koningin van Seba, die elkaar aankijken zonder elkaar aan te raken. Tussen hen opent zich een centrale leegte die het echte brandpunt van het werk vormt: een zone van twijfel, aarzeling en een bewustzijn.
De koningin van Seba, omstraald door licht, verschijnt niet als een historisch personage, maar als een mentale projectie, een beeld dat voortkomt uit verlangen. De heilige Antonius, verstild en teruggetrokken, bekijkt haar alsof zij een deel van hemzelf is. De verleiding is niet langer moreel of lichamelijk, maar innerlijk: een spanning tussen streven naar zuiverheid en de aantrekkingskracht van een absoluut ideaal.
Met deze scène transformeert Khnopff de verleiding in een drempel, een moment van mogelijke ommekeer. Net als bij de Sfinx van Charles van der Stappen, uit hetzelfde jaar, wordt de vrouwelijke figuur een raadsel: zij verleidt niet het lichaam, maar bevraagt de geest. Zonder antwoorden te geven stelt zij ons een essentiële vraag: wat is het ‘ik’ anders dan die kwetsbare ruimte tussen verlangen en ideaal?